small textbig text

Galmijt en andere bladaantastingen

Bladgal- of pokkenmijt: Al bij het uitlopen van de kleine blaadjes kan je ze al zien, de gallen of pokken (bulten) die duiden op galmijt. Aan de onderzijde van het blad kan je duidelijk de witte pluizige webachtige plekken zien, die later in het seizoen bruin verkleuren. De volwassen galmijt nestelt zich tijdens de winter in de schubben van de knoppen en de stam en is moeilijk te stoppen. Bij het uitbotten van de knoppen komen de mijten in actie en zuigen aan de bladeren waar zij leven in het draderige weefsel. Hierin worden ook de eieren afgezet. Een volwassen mijt meet 0,16 bij 0,03 mm en is witgroen van kleur.

De beste remedie voor een enkele druivenplant is het plukken van het blad dat is aangetast. Als je er vroeg genoeg bij bent kan je de schade beperken. Direct na het uitlopen kunnen minerale oliŽn uitkomst bieden en bij het 4-5 bladeren stadium kan je eventueel organische fosforverbindingen toepassen.

Ik heb er ook last van bij mijn glorie van boskoop maar met geduld en wat geluk wordt het met regelmatig wegplukken van de aangetaste bladeren wel minder. Door het aangroeien van de "dieven" blijft er uiteindelijk nog genoeg blad over om de druif voldoende suikers te laten krijgen.

Je kunt ook zogenaamde plantversterkers toepassen zoals vital van Ecostyle. Plantversterkers zorgen dat planten vitaal groeien. Ze zorgen dat de weerstand verhoogt en dat de plant evenwichtig groeit. Door een evenwichtige groei zal een plant minder vatbaar zijn voor ziektes, schimmels en bacteriŽn.


(foto,s Ton Verhees)

 

Rebzicade

Rebzicade: is een klein (1 ŗ 2 mm) lichtgroen taps toelopend beestje dat veel voorkomt in onze Nederlandse wijngaarden. Een typisch kenmerk is de schuin zijwaardse bewegingen als je ze wilt pakken. Normaal genomen leveren deze rebzicaden geen echte plaag of ernstige aantasting op. In juli / augustus verlaten de rebzicaden de wijngaarden.

De schade die optreed is een verkleuring van de rand van de bladeren met rood paarse vlekken (heeft veel weg van magnesiumgebrek). Als je deze aantasting ziet kan je aan de onderzijde van het blad meestal twee Š drie rebzicaden aantreffen van 1 tot 2 mm groot. Veelal is de aantasting niet van dien aard dat ingrijpen noodzakelijk is en door een goed biologisch evenwicht zullen de natuurlijke vijanden extreme aantallen voorkomen.

 

Magnesiumgebrek

Magnesiumgebrek geeft een roodkleuring op de oudere bladeren bij de blauwe druif en een geelkleuring bij witte druiven. De bladnerf blijft doorgaans groen. Bij zanderige bodems zal magnesium snel uitspoelen. Regelmatige kontrole is dus geboden. Een regelmatige strooigift magnesium is een van de mogelijkheden maar je kunt ook de bladeren aan de boven en onderzijde bespuiten met een bitterzout oplossing (magnesiumsulfaat) van 150 Š 200 gram in 10 liter water. Te gebruiken van maart tot september. Indien nodig, kan 3 tot 4x per maand gespoten worden (liefst in de avond).



 

kaliumgebrek

Kaliumgebrek is het eerst te herkennen aan een olieachtige bronzen glans op de bladeren. In een later stadium gaan de bladeren aan de randen omkrullen en treden er bruinverkleuringen op. Soms ontwikkeld het beeld zich gelijk aan de symptomen van magnesiumgebrek. Kaliumgerbrek komt vooral voor bij nieuw aangeplante wijngaarden op braakliggend en verwilderde landbouwgronden. Door het uitvoeren van een bodemonderzoek kan worden vastgesteld in hoeverre kalium zal moeten worden toegevoegd. Pas wel op dat een teveel aan kalium de opname van magnesium tegen gaat, met magnesiumgebrek als gevolg.

In Amerika is aangetoond, dat een tekort aan kalium in de bodem de zuurgraad van de wijn hoger maakt. Een teveel aan kalium zal leiden tot een ongewenst wijnsteengehalte in de wijn die de zuurgraad negatief zal beÔnvloeden.

 

Lamsteligheid

Lamsteligheid treed op aan het begin van het rijpingsproces van de druiven. Aan het gestel van de druiventros gaan de steeltjes interen en verdunnen. Als gevolg hiervan is er vrijwel geen sapstroom meer mogelijk en zullen de druiven langzaam indrogen, verwelken en afsterven. Er zijn veschillende oorzaken aan te wijzen:

  • magnesiumgebrek
  • onregelmatigheid in de bodemvochtigheid of droogte
  • slechte bodembeluchting
  • te hoge zuurgraad van de bodem
  • te late of onvoldoende scheutdunning van de dieven in de bladoksels
  • te groot aantal trossen per scheut
  • te zware bemesting of onverteerde mestgift
  •  

    Druifluis

    druifluis: een van oorsprong uit Amerika over gevaren bladluis die men dactylosphaera vitifolii (oude naam: phylloxera vastatrix) heeft gedoopt. Het is de gevreesde druifluis die normaal gesproken onschuldig leeft op de bladeren van de wijnstok. Sommige generaties houden zich op bij de wortel van de druif waar zij enorme schade aanrichten die voor de plant dodelijk is. Een derde generatie krijgt vleugels waardoor zij zich over grote afstanden kunnen verspreiden en een verwoestende uitwerking hebben over grote gebieden. In heel Europa zijn vanaf 1865 vrijwel alle wijngaarden voor een groot gedeelte verwoest door toedoen van de druifluis waardoor de wijnbouw lange tijd een grote terugval heeft gekend. Om weer op te kunnen starten zijn vanuit Amerika druifluis resistente wortelstokken geïmporteerd waarna men hier Europese druivenstokken op heeft geënt. De meest voorkomende onderstammen zijn van de vitis riparia (uit Noord-Amerika, bestand tegen vochtige bodem), de vitis berlandieri (uit Texas, arme droge kalkrijke bodem) en de Teleki selectie (uit Hongarije). Vrijwel alle wijngaarden zijn op deze wijze herplant.

    Er schijnen nog kleine gebieden te zijn (eilanden in Hongarije) waar men nog prédactylosphaerawijngaarden heeft waarvan men weet dat de wijnstokken langzamer groeien dan geënte soorten en ook een hogere leeftijd halen.

     

    Epidermis perldrŁse

    Epidermis perldrŁse: Op de jonge scheuten zichtbaar als tientallen kleine eivormige pareltjes, waardoor men denkt dat het om een aantasting gaat. Het komt er op neer, dat poriŽn (substoma) in de opperhuid (epidermis) van de jonge scheut wat sap doorlaat, door de grote stuwing van de sapstroom. Roofmijten gebruiken het als noodvoedsel en drinkwater. Geeft totaal geen schade aan de plant.


     

    Gegroefde lapsnuitkever

    lapsnuit kever: De gegroefde lapsnuitkever is ongeveer 1 cm groot. Hij eet in het voorjaar van de knoppen en vreet later aan de randen van de bladeren. Zowel de kever als de larven houden zich tijdens de winter schuil in de bodem. De larve richt veel schade aan de wortels van de jonge druivenplant waardoor de plant ernstige schade kan oplopen en zelfs kan afsterven.

     

    Druivenbladroller

    druivenbladroller: De druivenbladrollers zijn de schadelijkste insecten voor de wijnstokken. Het gaat hier om de eupoecilia ambiguella met de donkere band met lichtgele achtergrond en de lobesia botrana met de bruin gemarmerde vleugels met kruis. Het zijn de larven van de eerste generatie in de gedaante van 1-2 mm grote rupsen die de grote schade aanrichten door een spinsel te maken van aangevreten knoppen en blad delen waarin zij zich ontpoppen.

     

    Glassy winged Sharpshooter

    Sharpshooter: Al meer dan een eeuw hebben de Californische wijnbouwers te maken met de ziekte van Pierce (Pierce disease). De ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie met de naam Xylella-fastidiosa. Het stak de kop op rond 1880 en in een latere periode van 1930 en 1940. De laatste vijf jaar is deze ziekte verantwoordelijk voor de herplanting van 775 ha. Aan de Californische Noord kust. De verspreiding vond aanvankelijk plaats door de blauwgroene sharpshooter, maar tegenwoordig is de glassy winged sharpshooter de verspreider van de ziekte van Pierce. Op dit moment is al 25% van Temecula valley aangetast met een geschatte schade bedrag van $13 million . In 1989 is door de import van stokken vanuit het Zuiden van Amerika heeft de verspreiding van de ziekte door de glassy winged sharpshooter in Californie met grote snelheid om zich heen geslagen.

     

    Rebzicade

    Rebzicade of druifcicade: De volwassen zicade zuigt net als de nymf, sap uit de plant. Dit heeft tot gevolg dat de randen van de bladeren roodbruin kleuren en uiteindelijk kunnen afsterven. Grote schade is tot nu toe uitgebleven.

     

     

    Metcalfa Pruinosa

    Metcalfa Zicade: De uit Noord-Amerika afkomstige zicade is pas sinds 1980 in ItaliŽ gesignaleerd en komt nu in extreem grote aantallen voor in heel zuid- en midden Europa. Dit kan leiden tot grote schade voor de wijnbouw. De druivenplanten worden door de larve van de zicade vervuild met witte wasachtige uitscheiding en de zicade zelf zuigt sap uit de plant en produceerd grote hoeveelheden honingdauw. De honingdauw bedekt takken en bladeren. Op deze honingdauw kunnen weer meeldauwschimmels leven, met alle gevolgen van dien. In ItaliŽ en delen van Duitsland heeft men als proef een zicadewesp (Dryinidae) ingezet om de aantasting op biologische wijze een halt toe te roepen.

     

    Trips

    Trips: Tripsen zijn gevleugelde insecten en zijn nog geen millimeter groot. De larven zijn beweeglijk en beginnen dadelijk na het uitkomen met het eten van bladweefsel aan de onderkant van het blad. Door het leegzuigen van plantecellen ontstaan zilvergrijze vlekken op de bladeren, waarop zwarte puntjes (de uitwerpselen) te zien zijn. Bij hogere dichtheden treedt ook schade op aan bloem of vruchten. Tripspopulaties kunnen zich op korte tijd zeer snel ontwikkelen.

     

    Dopluis

    Dopluis: Op twijgen en takken zitten bolvormige ronde schildjes. Het schildje van deze luizen zit niet los, maar vormt een onderdeel van het lichaam. Onder deze schildjes worden eitjes afgezet. De nog jonge larven zijn beweeglijk, maar de volwassen wijfjes hebben slecht ontwikkelde poten. De zuigschade veroorzaakt ernstige groeiremmingen. Dopluizen scheiden ook kleverige honingdauw af waarop zich een meeldauwschimmel kan ontwikkelen. Hierdoor wordt de ontwikkeling van de plant en vruchten ernstig verstoord.

     

    Natuurlijke vijanden:

    Vijanden: Voor de bestrijding van diverse schadelijke insecten, worden steeds meer roofmijten, sluipwespen en ander natuurlijke vijanden ingezet. In Nederland maar ook mondiaal, is de firma Koppert marktleider op het gebied van biologische gewasbescherming en natuurlijke bestuiving.

     

     

  • - Lees ook het complete artikel over Pierce disease met meer foto's -
  • - Lees ook het artikel over schimmel aantasting -
  • - De Druivendokter -
  • stap voor stap informatie over aantastingen.
  • - DCM meststoffen en hulpmiddelen -
  • - ASEF meststoffen en bestrijdingsmiddelen -
  • - Lebosol meststoffen en bestrijdingsmiddelen -
  • - ECOstyle mest- bestrijdings- en hulpstoffen -
  • - Koppert biologische gewasbeschermingssystemen -
  • terug

    naar home page