COLUMN januari 2008

Begrepen

Column Frank Jacobs

In de periode vlak voor de Kerst maakte ik een trip naar de Bourgogne en de Languedoc met een overvol programma van bezoeken aan producenten en bijbehorende proeverijen. Ik was in het gezelschap van Karel de Graaf, mijn collega wijnexpert bij Glerum Auctioneers en Bourgogne-expert pur sang – ongelooflijk, wie kent hij/hem eigenlijk niet in de Bourgogne? Bij de proeverijen op topdomeinen als Sauzet en Pousse d’Or bleek overduidelijk dat er in de Bourgogne, zowel in wit als rood, in 2006 weer een aantal fabelachtige wijnen is geproduceerd. En dat voor het zoveelste jaar op rij. De boeren hier moeten werkelijk een engeltje op hun schouder hebben, want het gebied wordt al tijden gespaard voor elke vorm van misoogsten.
In de Languedoc werd ik het meest ‘gegrepen’ door ons bezoek aan Domaine Gayda in Brugairolles. Dit plaatsje ligt even boven Limoux, in het hart van de appellatie Côtes de Malepère. Het gebouw ziet er van buiten in eerste instantie uit of het al jaren op die plek staat, maar blijkt pas enkele jaren geleden neergezet te zijn. In de wijnmakerij ziet niets er bewust wat ouder uit. Alles is hier state of the art, louter de allernieuwste materialen en wijnmaaktechnieken worden gebruikt.
Dat blijkt ook bij het proeven van de wijnen. Niet alleen smaken die loepzuiver, maar ze zijn ook zonder uitzondering karaktervol. Daarnaast is de naamgeving en de uitmonstering opvallend en eigentijds. Op de etiketten is niets te bespeuren van de toch wat obscure appellation Côtes de Malepère. Alle wijnen – ongeveer voor de helft afkomstig van het fruit van eigen wijngaarden rondom het bedrijf met een duidelijk Atlantische invloed en een aantal percelen in La Livinière in Corbières en voor de andere helft van aangekocht fruit van voornamelijk oude stokken in verschillende delen van de Languedoc en de Roussillon – dragen de benaming Vin de Pays d’Oc.
Wat echter vooral opvalt, is het feit dat in het gebouw niet alleen een winkeltje is gevestigd waar de wijnen worden verkocht, maar dat boven de wijnmakerij een luxe restaurant is gevestigd. Door een geheel Belgische keukenbrigade wordt daar fantastisch gekookt en kunnen niet alleen de eigen wijnen van het domein, maar ook andere regionale wijnen worden besteld. Eindelijk een plek in Frankrijk waar oenotoerisme mogelijk is op de wijze die ook in Californië en landen als Australië en Zuid-Afrika gebruikelijk is.
Eindelijk een paar Fransen die het begrepen hebben? Het antwoord op deze vraag is simpel. Achter het project Domaine Gayda blijkt een internationaal gezelschap schuil te gaan, onder aanvoering van een van origine Engelse investeerder die eerder zijn geld verdiende in de bloementeelt in Zimbabwe en Zuid-Afrika en de verkoop van die producten op de veiling van Aalsmeer. Door die Zuid-Afrikaanse connectie is de, uit de Cognacstreek stammende, wijnmaker Vincent Chansault regelmatig bij zijn fameuze Zuid-Afrikaanse collega Marc Kent van Boekenhoutskloof te vinden, die als consultant optreedt.
Deze totale koppeling van kapitaal, talent, durf, marketing, terroir en een drang naar kwaliteit levert hier voor elke bezoeker een vineuze totaalbelevenis op.
Dat zou nu in Frankrijk meer moeten gebeuren. Hanteer de afkijkmethode – de Japanners en de Koreanen zijn er groot mee geworden – en kopieer dit soort totaalconcepten in de Franse wijngebieden. De moderne wijntoerist zit er op te wachten. Dat hebben ze in de Nieuwe Wereld al lang begrepen.

www.gaydavineyards.com

Frank Jacobs
Snelleveldstraat 52
1107 VW Amsterdam
tel: 020-6978347
fax: 020-6978347
mobiel: 06-54622112
e-mail: fjacobs@wxs.nl
Internet: www.winepeptalk.nl