COLUMN maart 2008

Vreemd gaan

Column Frank Jacobs

Ooit, ergens in de jaren zeventig van de vorige eeuw, werd ik besmet met het wijnvirus door het drinken van een fles Château Beychevelle, een 4e Grand Cru Classé uit Saint-Julien. Een bordeaux dus. In de jaren die volgden ben ik altijd een echte ‘bordeauxman’ gebleven. Die liefde voor rode bordeaux werd door veel proeven en lezen steeds meer aangewakkerd en is nooit meer overgegaan. Het zal u duidelijk zijn, mijn wijnvoorraad bestaat dan ook, naast vintage port, voor het overgrote deel uit rode bordeaux.
En bourgogne dan? Bourgogne is ongetwijfeld mijn favoriet als het om witte wijn gaat. Er gaat, wat mij betreft, nu eenmaal weinig of niets boven een mooie Puligny-Montrachet van een goede producent. Maar rood? Rode bourgogne stelde me in de afgelopen dertig jaar te vaak teleur. Schraal, dun en mager. Natuurlijk, ik weet het, de Bourgogne is een mijnenveld en je moet gewoon doorbijten en heel wat teleurstellingen doorstaan om uiteindelijk tot een moment van welhaast extatisch genot te geraken. Echte bourgogneliefhebbers verhaalden me regelmatig over het welhaast orgastische genoegen dat ze beleefd hadden aan een wijn uit het, volgens hen, meest klassieke wijngebied van de wereld. Soms zelfs met het fanatisme en de overtuigingskracht van een zendeling, alsof ze een poging deden mij tot het ware bourgognegeloof te bekeren. Het mocht allemaal best zo zijn, maar nee, rode bourgogne kon in mijn optiek in de verste verte niet tippen aan rode bordeaux.
De laatste tijd bespeur ik echter een ommekeer bij mezelf. Ik koop op de veiling tegenwoordig regelmatig een doosje rode bourgogne. Thuis gaat steeds vaker de kurk uit een bourgognefles en aan tafel wordt plotseling met grote regelmaat genoten van een glas rode bourgogne. Genoten, ja.
Waar het aan ligt? Ik weet het zelf eigenlijk nog niet precies. Nog steeds kan ik namelijk ook genieten van een goede bordeaux, maar tegelijkertijd vind ik dat veel bordeauxs onderling inwisselbaar zijn geworden. Vaak veel van alles: kleur, structuur, materie, hout, alcohol soms ook. Té veel, af en toe. Waar komt dat toch door? Is het de invloed van Robert Parker? Heeft het er wellicht mee te maken dat al die op geld beluste producenten in Bordeaux steeds vaker toegeven aan het smaakpatroon van de Amerikaanse markt? Is het allemaal de schuld van Michel Rolland? Waar is het terroir, de finesse, de elegantie en de verteerbaarheid? Meer en meer vraag ik mij dat bij het drinken van een rode bordeaux af. En juist dat alles vind ik nu steeds vaker terug in een mooie rode bourgogne.
Ik word er wat onzeker van, moet ik eerlijk bekennen. Ik heb soms ook het idee dat ik mijn oude liefde verraad. Dat ik vreemd ga. Maar ik moet toegeven, dat vreemd gaan is wel spannend. En meestal ook nog lekker. Kortom, het bevalt me eigenlijk heel goed. En op deze manier vreemd gaan heeft ook een onmiskenbaar voordeel: mijn vrouw heeft er totaal geen bezwaar tegen…

Frank Jacobs
Snelleveldstraat 52
1107 VW Amsterdam
tel: 020-6978347
fax: 020-6978347
mobiel: 06-54622112
e-mail: fjacobs@wxs.nl
Internet: www.winepeptalk.nl