COLUMN maart 2015

Thuiskomen

Column Frank Jacobs

Jaren geleden (Perswijn 2008-2) schreef ik een column met de titel ‘Vreemd gaan’. Ik vertelde daarin dat ik ooit, inmiddels veertig jaar geleden, met het wijnvirus werd besmet door het drinken van een fles Château Beychevelle uit Saint-Julien.
Ook meldde ik in die column dat ik, hoewel al decennia een echte ‘Bordeauxman’, op dat moment steeds vaker rode Bourgogne kocht en dronk. Dit in verband met het feit dat ik de wijnen uit Bourgogne vaak meer terroir-getypeerd, finesserijker, eleganter en verteerbaarder vond. In tegenstelling tot mijn oude liefde Bordeaux waarvan de wijnen volgens mij vaak onderling inwisselbaar waren geworden. Mede doordat ze zoveel van alles hebben: kleur, structuur, materie, hout, alcohol soms ook. Soms zelfs té veel.

Momenteel drink ik nog steeds meer Bourgogne dan Bordeaux. Niet dat ik Bordeaux geheel heb afgezworen, begrijp me goed, ook daarvan wordt op de veiling nog regelmatig een kistje gescoord, maar het aantal lege Bourgogneflessen dat naar de glasbak gaat overtreft dat uit Bordeaux.

Daarbij is de Bourgogne veel leuker om te bezoeken dan Bordeaux. Het ligt niet alleen dichterbij, maar het gebied is landschappelijk ook mooier, de restaurants zijn er beter en de wijnproducenten stukken authentieker. Op een domein in de Bourgogne word je regelmatig ontvangen door de in een bloemetjesschort gestoken echtgenote van de producent, die haar man in de wijngaard op zijn portable belt om te melden dat er bezoek is. Als de wijnboer arriveert krijg je een eeltige hand die aanvoelt en eruit ziet als een oude knoestige wijnstok op zijn land. Nee, dan Bordeaux. Daar krijg je de eigenaar niet te zien, omdat hij vrijwel nooit op het wijndomein is, laat staan ooit met zijn poten in de klei van de wijngaard staat. Hij heeft een fortuin vergaard in een andere business, woont in Parijs, draagt driedelige maatpakken, laat het werk in de wijngaard aan zijn personeel en de ontvangst van gasten op zijn hobbychâteau aan in mantelpakjes geklede hostessen over, die charmant glimlachend een ingestudeerd pr-praatje afsteken.

Ik dacht aan die column tijdens de recente door Perswijn georganiseerde proeverij van de Union des Grands Crus de Bordeaux. Daar waren behalve voornoemde hostessen zelfs een aantal eigenaren aanwezig, veelal met een bij het overhemd passend of juist contrasterend pochet quasi nonchalant wapperend in de borstzak.

Op de proeftafels stonden ruim tachtig wijnen uit 2012. Een oogstjaar waarin de merlot wat beter presteerde dan de cabernet sauvignon en dat bepaald niet als het zoveelste jaar van de eeuw de Bordeauxboeken is ingegaan. Een goede selectie was belangrijk, zowel tijdens de oogst als nu aan de proeftafels. Maar de beste wijnen toonden zich door hun fruit, souplesse, goede tannine en lage zuurgraad uitermate aantrekkelijk voor de korte(re) termijn.

In gedachten gaf ik de ervaren wijnkoper gelijk die mij dertig jaar geleden zei: ‘Waarheen je in de wijnwereld ook gaat, uiteindelijk keer je altijd weer terug naar Bordeaux. Nee sterker, naar de rive gauche, de Médoc, naar Saint-Julien en Pauillac!’ Ik genoot, het voelde als thuiskomen…



Frank Jacobs
Snelleveldstraat 52
1107 VW Amsterdam
tel: 020-6978347
fax: 020-6978347
mobiel: 06-54622112
e-mail: fjacobs@wxs.nl
Internet: www.winepeptalk.nl

  • Lid van de F.I.J.E.V. (Fédération Internationale des Journalistes et Ecrivains des Vins et Spiritueux) www.fijev.com